RB 3140

Reclame in de vorm van een krant is niet herkenbaar als reclame van VVD Venlo

RCC 1 mei 2018, RB 3140; Dossiernr. 2018/00221 (VVD Venlo) Advies (herkenbaarheid adverteerder). De uiting betreft een folder die huis-aan-huis is verspreid. De folder heeft het uiterlijk van een krant. Op de voorpagina staat groot afgebeeld “DVNL” met daaronder “Zaterdag 17 maart 2018” en “SPECIALE UITGAVE DAGBLAD VOOR NOORD LIMBURG EDITIE VENLO”. De rest van de voorpagina en de overige door klager overgelegde 15 pagina’s zijn ingedeeld als reguliere krantenpagina’s. Klager maakt bezwaar tegen de folder omdat deze eruit ziet als een nieuwsbron (krant), maar in feite reclame voor de Venlose VVD is. Nergens in het blad is te zien dat het om een uitgave van de Venlose VVD gaat. Zo staat op de voorpagina dat er een tweestrijd is tussen de PVV en de VVD Venlo. Dit is volgens klager enkel gebaseerd op de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 en niet op onderzoek. Klager vindt het kwalijk dat de VVD Venlo “verkapt campagne” voert door aan te haken bij de populariteit van Het Dagblad voor Noord Limburg, een krant die al jaren niet meer bestaat maar nog wel op veel sympathie kan rekenen in de regio.

Het oordeel van de Commissie

1. Onder reclame wordt in artikel 1 van de NRC verstaan: iedere openbare en/of systematische directe dan wel indirecte aanprijzing van goederen, diensten en/of denkbeelden door een adverteerder of geheel of deels ten behoeve van deze, al dan niet met behulp van derden. In het onderhavige geval betreft het een uitgave van de VVD Venlo, met onder andere een advertentie voor de VVD, een interview met de lijsttrekker van de Venlose VVD, een column van een lijstduwer van de Venlose VVD en diverse artikelen waarin het beleid of de standpunten van de VVD Venlo aan de orde komen (onder meer het artikel met de kop “De Venlose VVD luidt noodklok over woonbeleid”). Gelet hierop is in het onderhavige geval sprake van een openbare directe en indirecte aanprijzing van denkbeelden in de zin van artikel 1 NRC.

Dat zich in de ‘krant’ ook artikelen en advertenties bevinden die niet of niet direct verband houden met de VVD Venlo (zoals onder meer een artikel over slaapproblemen op pagina 8, ‘buitenlands nieuws’ op pagina 10 en de televisiegids op pagina 14 en 15) neemt niet weg dat in de uitgave denkbeelden van de VVD aangeprezen worden en dat de uiting ook met dat doel is uitgegeven.   

2. In artikel 11.1 van de NRC staat dat reclame duidelijk als zodanig herkenbaar dient te zijn, door opmaak, presentatie, inhoud of anderszins, mede gelet op het publiek waarvoor zij is bestemd. De Commissie is van oordeel dat daar in dit geval geen sprake van is en overweegt daartoe als volgt.

3. Op de voorpagina staat groot afgebeeld “DVNL” en “SPECIALE UITGAVE DAGBLAD VOOR NOORD LIMBURG EDITIE VENLO”. Op de voorpagina noch op de volgende pagina’s van de krant wordt vermeld dat het hier een uitgave van de Venlose VVD betreft. De Commissie acht het aannemelijk dat een deel van het publiek de uiting niet als reclame zal opvatten doordat door de opmaak en inhoud onmiskenbaar de indruk wordt gewekt dat het hier een speciale huis-aan-huis bezorgde uitgave van de (onafhankelijke) krant DVNL betreft. Dat het in werkelijkheid om reclame gaat waarin direct en indirect de politieke standpunten en denkbeelden van de VVD Venlo uitgedragen worden, is volgens de Commissie onvoldoende duidelijk. Zij acht de uiting daarom in strijd met artikel 11.1 NRC.  

4. Dat adverteerder naar eigen zeggen op Facebook, op haar eigen website en in het dagblad De Limburger (anders gezegd: op vele plaatsen behalve in de uiting zelf) heeft vermeld dat de uitgave van haar afkomstig was, verandert dit oordeel niet. Waar het om gaat, is dat de uiting zélf duidelijk, zonder moeite, als reclame herkenbaar dient te zijn. Het publiek moet hier niet via andere kanalen achter hoeven komen.