RB 3124

Radiocommercial waarin wordt gezegd dat DAB+ de digitale opvolger is van FM is niet misleidend

CvB RCC 29 maart 2018, RB 3124; Dossiernr. 2018/00004 (Digital Radio NL/ DAB+ de digitale opvolger van FM) CVB Aanbeveling Vernietigd (=Afwijzing). De reclame-uiting: Het betreft de radiocommercial voor DAB+, waarin het volgende gesprek is te horen tussen een winkelmedewerkster en de Kerstman: Verkoopster: “Dag Kerstman. Kan ik u helpen?” Kerstman: “Ja, die cadeaus van mij, ik heb er mijn buik van vol zeg. Boeken, geurtjes. Ik wil dit jaar wat anders geven, iets wat echt klinkt als een klok.” Verkoopster: “Kijk eens: een DAB+ digitale radio. Hét cadeau voor onder de boom.” Kerstman: “Zo-ho-ho wat mooi! Doe er maar 300.000. Kunt u ze inpakken?” Vervolgens zegt de voice-over, terwijl het soundlogo “Let’s get digital” is te horen: “Heb de ballen om iets bijzonders te geven. Geef een nieuwe radio met DAB+, de digitale opvolger van FM.” De klacht: In de commercial wordt DAB+ “de digitale opvolger van FM” genoemd. DAB+ is echter geen opvolger, maar een alternatief voor FM. Er is op landelijk niveau geen beslissing genomen om FM uit te zetten en alleen DAB+ in de ether te houden. Bovendien wordt in uitingen voor DAB+ sterk de suggestie gewekt dat de geluidskwaliteit beter is, terwijl onder normale omstandigheden geen verschil in kwaliteit is te horen, aldus klager.

1. Het College oordeelt over het formele verweer, dat strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van Digital Radio NL in het beroep, als volgt. Het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van Beroep stelt geen eisen aan de entiteit van een appellant. Artikel 23 lid 1 van het Reglement bepaalt immers dat “iedere partij” van een te zijnen nadele gedane uitspraak van de Commissie in beroep kan komen bij het College. Indien een samenwerkingsverband als appellant handelt, hoeft verder niet te worden vermeld of de klacht tevens is ingediend namens alle betrokken organisaties. Evenmin hoeft een machtiging van deze organisaties te worden overgelegd. Volstaan kan worden met in het beroepschrift de naam van het samenwerkingsverband te noemen, in dit geval door de vermelding “Digital Radio NL”. Het formele verweer wordt op grond van het voorgaande verworpen.

2. Het inhoudelijke gedeelte van het geschil betreft de vraag of de radiocommercial misleidend is omdat wordt gezegd dat DAB+ de digitale opvolger is van FM. Op grond van de toelichting van Digital Radio ter mondelinge behandeling kan worden aangenomen dat op enig moment in de nabije toekomst niet meer via FM zal worden uitgezonden. Volgens Digital Radio NL zijn de vergunninghouders bevoegd zelfstandig te beslissen of zij uitzenden via FM of digitaal, en hebben zij financieel belang bij het overgaan op digitale radio. Het uitzenden via FM is namelijk kostbaar vergeleken met digitale radio. Daarbij acht het College, eveneens op grond van de toelichting door Digital Radio ter mondelinge behandeling, de plannen dermate concreet dat het gerechtvaardigd is reeds nu in reclame-uitingen te attenderen op het feit dat FM zal worden vervangen door DAB+. De gemiddelde consument zal door de reclame-uiting daarmee rekening (kunnen) houden bij de aankoop van een nieuw radiotoestel. Dat deze consument de radiocommercial zo zal interpreteren dat FM nu al of zeer binnenkort zal worden afgeschakeld en opgevolgd door DAB+ heeft geïntimeerde onvoldoende toegelicht en is ook niet aannemelijk geworden. Over de termijn waarop dit gebeurt wordt immers niets gezegd of gesuggereerd. Nu op grond van het voorgaande geen sprake is van misleiding, wordt beslist als volgt.

De beslissing van het College van Beroep

Het College vernietigt de bestreden beslissing voor zover in beroep aan de orde en wijst de klacht alsnog af.