RB 3064

Niet-zuivelproduct presenteren als variatie op yoghurt of alternatief voor (kook)room wel toegestaan

Hof 's-Hertogenbosch 19 december 2017, IEF 17373; RB 3064; ECLI:NL:GHSHE:2017:5731 (Nederlandse Zuivelorganisatie/X). Reclamerecht. De Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) behartigt de belangen van zuivelproducenten. De vennootschap is een onderneming die plantaardige producten maakt die dienen als vervanging van zuivelproducten zoals melk, yoghurt en (kook)room. NZO is van oordeel dat de vennootschap de indruk wekt dat haar plantaardige producten zuivelproducten zijn en daarmee verwarring creëert bij de consument. NZO is van oordeel dat X handelt in strijd met Europese regelgeving door de indruk te wekken dat haar plantaardige producten zuivelproducten zijn. Het hof oordeelt dat de vennootschap haar producten niet onder de namen “yoghurt”, “melk” of “(kook)room” op de markt mag brengen. De vennootschap mag op de verpakkingen van haar producten of in advertenties wel vermelden dat haar desserts een variatie zijn op yoghurt of als alternatief voor (kook)room kunnen worden gebruikt. In die laatste gevallen gebruikt ze weliswaar de termen, maar die worden niet gebruikt als benaming of aanduiding voor haar producten.

3.6.1.
Bij zijn beoordeling stelt het hof het volgende voorop. In zijn meergenoemde arrest van 14 juni 2017 (Tofu Town) heeft het HvJEU met betrekking tot de uitleg van artikel 78, lid 2 en van bijlage VII, deel III uitgemaakt dat deze bepalingen aldus dienen te worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat de benaming “melk” en de door deze verordening uitsluitend aan zuivelproducten voorbehouden benamingen, worden gebruikt om bij de afzet of in reclame een zuiver plantaardig product aan te duiden, zelfs indien die benamingen worden vervolledigd door verduidelijkende of beschrijvende aanvullingen die wijzen op de plantaardige oorsprong van het betrokken product. De uitzondering zoals die is opgenomen in deel III onder punt 5 in de tweede alinea geldt volgens het HvJEU alleen voor die producten die zijn opgenomen in het besluit van de Commissie van 20 december 2010 (besluit 2010/791/EU), zijnde het besluit tot vaststelling van de lijst van producten bedoeld in (thans) Bijlage VII, deel III onder punt 6, tweede alinea. Tussen partijen is niet in geschil dat deze uitzondering in deze zaak niet van toepassing is op de producten van [de vennootschap 1] .

3.6.2.
Met inachtneming van deze uitleg door het HvJEU mag [de vennootschap 1] de benaming “melk” en de overige voorbehouden zuivelbenamingen (waarbij het gaat om de benamingen “yoghurt” en “room”) niet gebruiken als (verkoop)benaming van haar sojaproducten en mag zij deze voorbehouden zuivelbenamingen evenmin gebruiken om op enigerlei wijze haar producten aan te duiden. Daarbij maakt het niet uit of zij de voorbehouden benamingen gebruikt op de verpakkingen van haar producten of anderszins bij de afzet dan wel presentatie van die producten.

3.6.3.
Anders dan NZO aanvoert, brengt deze uitleg naar het oordeel van het hof niet mee dat het [de vennootschap 1] in het geheel niet is toegestaan om op haar verpakkingen dan wel anderszins bij de presentatie van haar producten de benamingen “melk”, “yoghurt” en “room” (dan wel enige andere voorbehouden zuivelbenaming) op enigerlei wijze te gebruiken. Zulk gebruik is immers alleen niet toegestaan als benaming of als aanduiding van haar sojaproducten. Indien de voorbehouden zuivelbenamingen door [de vennootschap 1] op een andere wijze worden gebruikt, is dat gebruik volgens het HvJEU in zijn arrest van 14 juni 2017 (Tofu Town) niet – als zodanig en zonder meer – in strijd met de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

3.7.1.
Volgens NZO handelt [de vennootschap 1] bij het in de handel brengen van haar producten schep-yofu en [product] in strijd met bijlage VII, deel III onder punt 5, door onder meer op haar verpakkingen en op haar websites de benamingen i) “yoghurtvariatie”, “variatie op yoghurt”, respectievelijk ii) “plantaardige yoghurtvariatie”, “plantaardige variatie op yoghurt” te gebruiken (mvg, grief 4.1. onder 88 en grief 4.2. onder 153). [de vennootschap 1] betwist dat zij op deze wijze handelt in strijd met de betreffende bepaling omdat zij de voorbehouden zuivelbenaming “yoghurt” niet gebruikt als benaming of aanduiding van haar sojaproducten. Met [de vennootschap 1] is het hof van oordeel dat haar gebruik van de woordcombinatie “(plantaardige) variatie op yoghurt” en “(plantaardige) yoghurtvariatie” niet ertoe strekt de voorbehouden zuivelbenaming “yoghurt” te gebruiken als benaming dan wel als aanduiding van de betreffende sojaproducten, maar dat het is bedoeld om tot uitdrukking te brengen dat haar sojaproducten een plantaardig alternatief vormt voor het dierlijk melkproduct “yoghurt”. Dit gebruik is volgens het hof om die reden niet in strijd met het bepaalde in bijlage VII, deel III onder punt 5 dan wel bijlage XII, artikel III, punt 1 van de Verordening (EG) nr. 1234/2007.