RB 3060

Leven kalveren te rooskleurig voorgesteld

RCC 29 november 2017, RB 3060; dossiernummer: 2017/00693 (De kalveren van Van Drie) Misleiding. Aanbeveling. De klacht is gericht tegen drie vragen en antwoorden op de website van Van Drie, waarin volgens klaagster (hierna: Dier & Recht) – kort samengevat – het leven van de voor en door Van Drie gehouden kalveren te rooskleurig wordt voorgesteld. In de (hieronder bijgevoegde) tussenbeslissing heeft de Commissie reeds overwogen dat voor ontvankelijkheid van Dier & Recht in de klacht niet van belang is dat de bestreden uitingen inmiddels van de website verwijderd zijn. Verder heeft de Commissie overwogen dat de uitingen aangemerkt moeten worden als reclame in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC), waarover de Commissie bevoegd is te oordelen. 

Het oordeel van de Commissie

1. De klacht is gericht tegen drie vragen en antwoorden op de website van Van Drie, waarin volgens Dier & Recht – kort samengevat – het leven van de voor en door Van Drie gehouden kalveren te rooskleurig wordt voorgesteld. In de eerste plaats dient beoordeeld te worden of Dier & Recht in haar klacht kan worden ontvangen en of de bestreden uitingen reclame in de zin van artikel 1 NRC zijn, nu dit door Van Drie wordt betwist.

2. Van Drie heeft aangevoerd dat, nu zij de webpagina met daarop de bestreden uitingen inmiddels van haar website heeft verwijderd, Dier & Recht geen belang meer heeft bij haar klacht en daarom niet-ontvankelijk is in haar klacht. Dit verweer treft geen doel. De Commissie heeft tot taak te beoordelen of reclame wordt gemaakt in overeenstemming met de bepalingen van de NRC, en een ieder die meent dat een reclame in strijd is met de NRC kan daarover bij de Commissie een klacht indienen. Daarbij is niet van belang of de betreffende uiting ten tijde van de behandeling van de daartegen ingediende klacht nog steeds openbaar wordt gemaakt. Dier & Recht heeft desgevraagd meegedeeld de klacht te handhaven en een uitspraak van de Commissie op prijs te stellen.

3. Verder is de Commissie van oordeel dat de bestreden uitingen moeten worden aangemerkt als reclame in de zin van de NRC. Krachtens artikel 1 NRC wordt onder reclame verstaan: iedere openbare en/of systematische directe dan wel indirecte aanprijzing van goederen, diensten en/of denkbeelden door een adverteerder of geheel of deels ten behoeve van deze, al dan niet met behulp van derden. De Commissie volgt Van Drie niet in haar standpunt dat de bestreden uitingen op de website niet aanprijzend zijn en slechts tot doel hebben het publiek op grond van zuiver feitelijke informatie voor te lichten. De uitingen op de website hebben naar het oordeel van de Commissie onmiskenbaar (mede) als doel om bij consumenten bij te dragen aan een positief beeld van de wijze waarop kalveren door en voor Van Drie worden gehouden en kalfsvlees wordt geproduceerd. Aldus is sprake van een openbare aanprijzing door Van Drie van het door haar geproduceerde kalfsvlees en moeten de bestreden uitingen aangemerkt worden als reclame in de zin van artikel 1 NRC, waarover de Commissie bevoegd is te oordelen.

4. Gelet op hetgeen Dier & Recht met betrekking tot de ‘bloedarmoedegrens’ bij blanke vleeskalveren naar voren heeft gebracht tijdens de zitting waarop Van Drie niet aanwezig was, acht de Commissie het noodzakelijk, alvorens een inhoudelijk oordeel over de klacht te geven, het standpunt van Van Drie hierin te vernemen. Dier & Recht stelt, onder verwijzing naar de overgelegde ‘EFSA Opinion’, dat het Hb-gehalte van het individuele kalf gedurende zijn gehele leven minimaal 6 mmol/l dient te zijn om met recht te kunnen zeggen dat kalveren nu geen bloedarmoede meer hebben (uiting 2). De Commissie verzoekt Van Drie om mee te delen bij welk Hb-gehalte in het bloed van een kalf naar haar oordeel sprake is van bloedarmoede en of dat Hb-gehalte voor het gehele leven van het kalf geldt. Van Drie dient dit oordeel met stukken te staven. De Commissie stelt Van Drie in de gelegenheid om binnen 14 dagen na dagtekening van deze beslissing de nadere informatie te verstrekken.

5. Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing 

De Commissie stelt Van Drie in de gelegenheid binnen 14 dagen na dagtekening van deze beslissing schriftelijk haar standpunt mee te delen als vermeld onder punt 4 van het oordeel.

Voor het overige houdt de Commissie haar beslissing aan.