RB 2925

Commercial Decathlon “easybreath snorkelmasker” in strijd met goede smaak en fatsoen

RCC 5 juli 2017, RB 2925; dossiernr. 2017/00370 (easybreath snorkelmasker Decathlon) Subjectieve normen. Het betreft een televisiecommercial van Decathlon voor het “easybreath snorkelmasker”. Te zien is hoe een jongetje, op de camping met zijn ouders, haastig met het betreffende masker wegrent richting het zwembad. Aan het einde van de commercial is te zien hoe hij bij het zwembad glimlachend staat te kijken naar de achterzijde van meisjes of vrouwen die gymnastiek doen in het water. Vervolgens zet het jongetje het masker op, springt in het zwembad om onder water, met zijn armen over elkaar, te kijken naar de groep meisjes of jonge vrouwen terwijl zij gymnastiek doen. De voice-over luidt op dat moment: “lekker kijken, lekker ademen”. In beeld verschijnt ten slotte de prijs van het snorkelmasker en de tekst “vanaf 10 jaar”. De voice-over zegt: “Ook, uh, voor volwassenen, de easybreath, koop ‘m nu in één van onze Decathlon-winkels”. Klacht: De commercial is volgens klager uiterst ongepast en druist in tegen algemene normen en waarden. Bovendien vindt klager het respectloos tegenover mensen die op enige manier slachtoffer zijn van (seksueel) misbruik. De reclame is volgens klager verder ronduit seksistisch. Vrouwen en meisjes worden weggezet als objecten waarbij het volkomen normaal zou zijn om als lustobject gezien te worden. Mannen mogen blijkbaar van kleins af aan (vanaf 10 jaar) gebruik maken van deze lustobjecten. De reclame is dan ook kwetsend, smakeloos, seksistisch en aanstootgevend en in strijd met de reclamecode, aldus klager.

1. Bij de beantwoording van de vraag of een reclame-uiting in strijd is met criteria zoals de goede smaak en/of het fatsoen in de zin van artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC), zoals klager met zijn klacht bedoelt, stelt de Commissie zich terughoudend op, gelet op het subjectieve karakter van die criteria. De Commissie beoordeelt of de uiting naar de huidige maatschappelijke opvattingen de grenzen van het toelaatbare overschrijdt.

2. Met inachtneming van voornoemde terughoudendheid oordeelt de Commissie als volgt. De uiting heeft tot doel de kijker ertoe aan te zetten om het nieuwe snorkelmasker van adverteerder te kopen omdat het product het kennelijk eenvoudig maakt om langere tijd onder water te zijn en tegelijkertijd onder water te kijken. De wijze die adverteerder heeft gekozen om deze commerciële boodschap over te brengen, is voorzien van een humoristische ondertoon, bijvoorbeeld doordat de hoofdpersoon in de commercial een jongetje is. De humoristische ondertoon neemt echter niet weg dat in de commercial op onverholen wijze een vorm van gebruik van het snorkelmasker wordt getoond die mensen kan aansporen het product te gebruiken teneinde anderen ongemerkt en langdurig onder water te begluren. Van de commercial gaat ook het signaal uit dat dergelijk gedrag normaal en aanvaardbaar is. Dat laatste wordt nog versterkt doordat in de tag-on wordt gezegd “Ook, uh, voor volwassenen”.  Het product wordt in de onderhavige televisiecommercial dus gepresenteerd als geschikt voor zwembaden om daar ongemerkt langdurig onder water te kijken naar de billen van bewegende meisjes en vrouwen. Het aanprijzen van een product als zijnde geschikt om anderen onder water te begluren, waarbij sprake is van een seksuele component, gaat naar het oordeel van de Commissie de grens van hetgeen naar huidige maatschappelijke opvattingen aanvaardbaar moet worden geacht te buiten, ook indien dit gebruik als humoristisch bedoeld voorbeeld wordt uitgebeeld. De Commissie is dan ook van oordeel dat het in de onderhavige commercial specifiek op deze wijze aanprijzen van een product niet in overeenstemming is met de goede smaak en het fatsoen als bedoeld in artikel 2 van de NRC.  

3. In de mededeling van adverteerder dat de uiting niet meer zal worden uitgezonden op televisie en online niet meer zal worden gepusht, ziet de Commissie aanleiding de aanbeveling te doen voor zover nog nodig.

4. Gelet op het vorenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 2 NRC. Zij beveelt adverteerder voor zover nodig aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.