RB 3126

Bewering dat men “alleen zonne-energie van het eigen dak of perceel gebruikt” is onjuist en te absoluut

RCC 20 maart 2018, RB 3126; Dossiernr. 2018/00039 (Thuisbaas.nl) Gedeeltelijke aanbeveling (Misleiding ontbrekende informatie). Het betreft 5 uitingen op de website www.thuisbaas.nl. Deze uitlatingen gaan onder andere over dat energieneutrale huizen slechts zonne-energie van eigen dak of perceel gebruiken, dat door mee te doen huizen in één keer helemaal van het gas af kunnen, dat huizen sowieso allemaal van het gas afgaan en dat een model is ontwikkeld die voor elk huis kan berekenen hoeveel stroom de warmtepomp in de praktijk zal gebruiken.

Klager maakt bezwaar tegen de uitingen omdat deze volgens hem misleidend zijn en appelleren aan gevoelens van angst. Klager licht dit per uiting toe. 1) In de uiting onder 1 beschreven (“Onze Missie”) wordt volgens klager ten onrechte niet vermeld dat in de winter energie wordt afgenomen van kolen- en gascentrales. In de zomer kan een energieneutraal huis de energie wel terug leveren zodat men uiteindelijk ‘nul-op-de-meter’ heeft, echter voor de winter blijft de kolencentrale nodig. Inkoop van groene stroom garandeert volgens klager niet dat er ook daadwerkelijk groene stroom geleverd wordt, omdat er volgens hem met “certificaten wordt geschoven”. Volgens klager wordt “angstvallig omzeild” dat er maar weinig huizen zijn met voldoende dakoppervlakte voor 40 panelen, wat nodig is om een warmtepomp te voeden.

2) Klager maakt om vergelijkbare redenen bezwaar tegen het tekstfragment “[…] en gebruikt u thuis alleen nog zonne-energie van uw eigen dak of perceel” in uiting 2 (“Onze Aanpak”). Hier wordt volgens klager evenmin informatie verstrekt over de wintersituatie, wanneer extra veel energie nodig is terwijl de opbrengst van zonnepanelen dan volgens klager “nihil” is. 3) Klager maakt bezwaar tegen uiting 3 (“Mee Doen”) vanwege het tekstfragment: “Wilt u ook een energieneutraal huis, waarbij u in één keer helemaal van het gas af gaat en u thuis alleen nog zonne-energie van uw eigen dak of perceel gebruikt?” Adverteerder zou volgens klager niet alleen moeten verwijzen naar het gebruik van externe energiebronnen tijdens de winter, maar ook moeten vermelden dat die energie in de winter voor meer dan 95% afkomstig is van centrales die gestookt worden op kolen en gas. 4) Klager maakt in uiting 4 (“Zo wordt uw appartement in Amsterdam aardgasvrij”) bezwaar tegen de tekst ”We moeten en gaan sowieso allemaal van het gas af”, omdat adverteerder volgens hem geen onderscheid maakt tussen “groengas” en aardgas. Tegen groengas is geen bezwaar, volgens klager. Boeren die hun mest willen omzetten naar groengas ontvangen daar volgens klager subsidie voor van het Ministerie van Economische Zaken. 5)  Klager vindt de tekst onder het kopje “Nieuws” misleidend omdat adverteerder volgens hem ten onrechte suggereert dat zij “alles” goed kan uitrekenen. Er wordt volgens klager geen inschatting gemaakt van kosten en opbrengst. Adverteerder “verzwijgt” volgens klager dat het rendement van een waterpomp bij lage temperaturen minder wordt en bij strenge vorst zelfs zeer laag is, waardoor de gebruiker op fossiele brandstoffen moet terugvallen.

Het oordeel van de Commissie

1) Klager maakt bezwaar tegen de bewering “In een energieneutraal huis gaat het gas eruit en wordt alleen zonne-energie van eigen dak of perceel gebruikt.” De Commissie overweegt hierover als volgt. Bij lezing van de hele tekst wordt duidelijk dat met ‘gas’ hier ‘aardgas’ wordt bedoeld en dat de zonne-energie die overdag wordt opgewekt, op het elektriciteitsnetwerk wordt ‘opgeslagen’ voor wanneer deze ’s avonds weer nodig is. De gemiddelde consument zal de tekst “In een energieneutraal huis gaat het gas eruit en wordt alleen zonne-energie van eigen dak of perceel gebruikt” echter zo opvatten, dat men alle energie die men gebruikt, zelf opwekt en zelfvoorzienend wordt. Deze suggestie wordt nog versterkt door de context (“In een energieneutraal huis gaat het gas eruit en wordt alleen zonne-energie van eigen dak of perceel gebruikt”), waarbij zonne-energie die van het eigen dak wordt opgewekt als alternatief wordt gepresenteerd voor ‘gas’ (dat er ‘uit’ kan).  

3) Uit het verweer volgt dat men zelf weliswaar stroom opwekt, maar energie zal blijven afnemen van een energiebedrijf. Het is dus niet zo dat men zelfvoorzienend wordt in die zin dat men geen energiecontract meer nodig heeft (hetgeen adverteerder ook beaamt). Het is alleen zo dat de energierekening aan het eind van het jaar op ‘nul’ uitkomt, doordat men met de stroom die men zelf opwekt de rekening van het energiebedrijf ‘compenseert’. Nu een dergelijke nuance of toelichting ontbreekt, acht de Commissie de bewering dat men “alleen zonne-energie van het eigen dak of perceel gebruikt”, onjuist en te absoluut. Gelet hierop zijn de uitingen 1, 2 en 3 misleidend ten aanzien van de voordelen in de zin van artikel 8.2 aanhef en onder b van de NRC.

4) Het hiermee samenhangende bezwaar dat in de uitingen niet duidelijk wordt uitgelegd dat de energie die men van het energiebedrijf verkrijgt, afkomstig kan zijn van een centrale die op fossiele brandstoffen wordt gestookt, wordt afgewezen. De Commissie heeft reeds verschillende malen geoordeeld dat de gemiddelde consument ermee bekend is dat zowel groene als grijze stroom via hetzelfde elektriciteitsnet aan verbruikers wordt geleverd. Dat hoeft niet nader te worden uitgelegd.

5) Voor wat betreft klagers bezwaar dat adverteerder niet duidelijk vermeldt dat men 40 zonnepanelen nodig heeft (hetgeen adverteerder overigens bestrijdt) om een warmtepomp te voeden, merkt de Commissie op dat deze informatie niet zodanig essentieel is dat het ontbreken hiervan de uiting misleidend maakt. Dit onderdeel van de klacht wordt afgewezen.

6) De Commissie wijst klagers bezwaar tegen uiting 5 eveneens af omdat klager onvoldoende heeft gemotiveerd dat adverteerder niet kan berekenen wat een warmtepomp zal opleveren.

7) Blijkens hetgeen is overwogen onder 1) tot en met 3) is geen duidelijke informatie verstrekt over de voordelen van de dienst als bedoeld onder b van artikel 8.2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Gelet op het bovenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

De Commissie acht de reclame-uitingen 1,2 en 3 in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Voor het overige wijst zij de klacht af.